ECLI:NL:GHSHE:2003:AO0680
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling renteaftrek betaling aan schuldeiser in inkomstenbelasting 1996
De belanghebbende was directeur-enig aandeelhouder van A B.V. en werd door het hof veroordeeld tot betaling van fl. 142.090,- plus rente aan B & Co S.A.S. Na overleg werd een bedrag van fl. 150.000,- betaald, waarvan fl. 17.500,- advocaatkosten betrof. De belanghebbende vorderde renteaftrek op dit bedrag in zijn inkomstenbelastingaangifte over 1996.
De Inspecteur handhaafde de aanslag en het hof moest beoordelen welk deel van de betaling als rente van schulden aftrekbaar was. Uit correspondentie bleek dat partijen overeenkwamen dat fl. 132.500,- diende ter kwijting van de hoofdsom en fl. 17.500,- aan advocaatkosten, zonder dat rente werd betaald of bedoeld was.
Het hof oordeelde dat de betaling geen rente van een schuld betrof zoals bedoeld in artikel 45 Wet Pro IB 1964, mede gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad. De aanslag was eerder te laag dan te hoog, en het beroep werd ongegrond verklaard. Vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de betaling geen renteaftrek oplevert.