ECLI:NL:GHSHE:2004:AO5868
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- H.M.N. Schonis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van boete opgelegd op grond van artikel 67c AWR en toepassing artikel 14 lid 5 IVBPR
De zaak betreft een beroep van een besloten vennootschap tegen een boete opgelegd wegens niet tijdige betaling van omzetbelasting over december 2001. De boete werd vastgesteld op het maximum bedrag van €4.537,= op grond van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De belanghebbende stelde dat de beschikking vernietigd moest worden omdat de boete niet door twee onafhankelijke rechterlijke instanties die over de feiten oordelen kon worden getoetst, hetgeen volgens haar in strijd is met artikel 14, vijfde lid, van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBPR).
Het Hof heeft de feiten en omstandigheden integraal meegewogen en overwoog dat de boete niet zo zwaar is dat de belanghebbende aanspraak kan maken op een beoordeling door twee onafhankelijke rechterlijke instanties die alle feiten betrekken. Het Hof verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het Human Rights Committee, waarin is bevestigd dat belastingzaken in eerste en hoogste feitelijke instantie door gerechtshoven worden behandeld en dat een tweede feitelijke instantie niet vereist is.
De belanghebbende heeft het beroep ongegrond verklaard gekregen en de beschikking bleef in stand. Tevens wees het Hof op de mogelijkheid van beroep in cassatie bij de Hoge Raad, waarbij de toetsing beperkt is tot juridische gronden. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat het beroep ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.