ECLI:NL:GHSHE:2004:AP5312
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- A.J. van Soest
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil gelijkheidsbeginsel bij heffing inkomstenbelasting CDK-biljetten
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1989, waarbij de Inspecteur de waardeaangroei van CDK-biljetten als rente had belast. Belanghebbende stelde dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat in een meerderheid van vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege was gebleven.
Het geschil spitste zich toe op de toepassing van de meerderheidsregel en de vraag of binnen het bevoegdheidsgebied van de Inspecteur alle vergelijkbare gevallen gelijk waren behandeld. Het Hof stelde vast dat binnen het ambtsgebied van de Inspecteur vijf vergelijkbare gevallen waren gecorrigeerd en dat geen concrete feiten waren aangevoerd die het tegendeel bewezen.
Het Hof verwierp het verzoek van belanghebbende om getuigen te horen en nadere schriftelijke antwoorden van de Inspecteur, omdat dit geen invloed had op de beoordeling. De meerderheidsregel kon slechts binnen de eenheid van de belastingdienst worden toegepast, en de CCB of andere instanties konden niet als zodanig worden aangemerkt.
Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en bevestigde de bestreden uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.