ECLI:NL:HR:2003:AF8259

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/001HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
  • P.C. Kop
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:228 lid 1 BWArt. 6:230 lid 2 BWArt. 6:258 lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot terugbetaling accijns in wijnkoopovereenkomsten wegens ontbreken dwaling

Eiseres heeft tussen 1989 en 1992 wijn gekocht van verweerster, waarbij accijns in de koopprijzen was verdisconteerd. Na een uitspraak van de Tariefcommissie in 1996 dat over geïmporteerde wijnen uit EG-lidstaten geen accijns verschuldigd was, vorderde eiseres terugbetaling van deze accijns van verweerster op grond van onverschuldigde betaling en subsidiariteit vernietiging van de koopovereenkomsten wegens dwaling.

De rechtbank wees alle vorderingen af, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat verweerster niet verplicht was om eiseres ongevraagd te informeren over haar bezwaar tegen accijnsheffing, mede gelet op de professionele status van partijen en de vermelding in prijscouranten dat accijns was inbegrepen.

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. Het hof heeft terecht geoordeeld dat er geen sprake is van dwaling en dat verweerster niet gehouden was tot mededeling over haar bezwaar tegen accijnsheffing. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vorderingen tot terugbetaling van accijns worden afgewezen.

Uitspraak

5 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/001HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 2 mei 1997 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de Rechtbank te Leeuwarden. Na wijziging van eis heeft [eiseres] gevorderd:
1. voorwaardelijk de koopovereenkomsten tussen partijen in de periode van 30 mei 1989 tot en met 22 december 1992 gesloten betreffende stille tafelwijn, kwaliteitswijn en parelwijn, te vernietigen voor zover het betreft de in deze koopovereenkomsten verdisconteerde accijns;
2. subsidiair, voormelde koopovereenkomsten voorwaardelijk met terugwerkende kracht tot het moment van sluiten daarvan gedeeltelijk te ontbinden, voor zover het betreft de in deze koopovereenkomsten verdisconteerde accijns;
3. voorwaardelijk voor recht te verklaren dat [verweerster] gehouden is deze in voormelde koopovereenkomsten verdisconteerde accijns geheel of gedeeltelijk terug te betalen aan [eiseres];
het hiervoor onder sub 1 en 2 onder de voorwaarde dat [verweerster] recht op teruggave van de voormelde koopovereenkomsten verdisconteerde accijns heeft.
[Verweerster] heeft de vorderingen bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 2 december 1998 alle vorderingen van [eiseres] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden. In hoger beroep heeft [eiseres] haar vordering gewijzigd en aldus gevorderd:
- te verklaren voor recht dat [verweerster] op grond van onverschuldigde betaling gehouden is de accijns verdisconteerd in de koopovereenkomsten gesloten tussen partijen in de periode van 30 mei 1989 tot en met 22 december 1992 met correctie van de einddatum met de omloopsnelheid van de voorraad van [verweerster], betreffende stille tafelwijn, kwaliteitswijn (rode, witte en rosé) en parelwijn, geheel of gedeeltelijk terug te betalen aan [eiseres], onder de opschortende voorwaarde dat aan [verweerster] teruggave van deze accijns toekomt;
- [verweerster] op grond van onverschuldigde betaling te veroordelen tot voldoening aan [eiseres] van een bedrag van ƒ 16.939,10 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de dag dat de appèldagvaarding in deze zaak is uitgebracht d.d. 1 maart 1999 tot aan de dag der algehele voldoening;
Indien het Hof bovenstaande vorderingen zou afwijzen, dan wel indien [eiseres] ten aanzien van deze vorderingen niet-ontvankelijk mocht worden geacht, heeft [eiseres] gevorderd:
- te vernietigen op grond van dwaling de koopovereenkomsten tussen partijen in de periode van 30 mei 1989 tot en met 22 december 1992 met correctie van de einddatum met de omloopsnelheid van de voorraad van [verweerster], betreffende stille tafelwijn, kwaliteitswijn (rode, witte en rosé) en parelwijn, voor zover het betreft de in deze koopovereenkomsten verdisconteerde accijns onder de opschortende voorwaarde dat aan [verweerster] teruggave van deze accijns toekomt;
- althans subsidiair, de gevolgen van voormelde overeenkomsten ter opheffing van dit nadeel te wijzigen in de zin van art. 6:230 lid 2 BW Pro, waarbij zij voorstelt de verkoopprijs ten behoeve van [eiseres] te verminderen met de in de koopovereenkomsten verdisconteerde accijns onder de opschortende voorwaarde dat aan [verweerster] teruggave van deze accijns toekomt;
- althans meer subsidiair voormelde koopovereenkomsten met terugwerkende kracht tot het moment van sluiten daarvan gedeeltelijk te ontbinden ex artikel 6:258 lid 1 BW Pro, voor zover het betreft de in deze koopovereenkomsten verdisconteerde accijns onder de opschortende voorwaarde dat aan [verweerster] teruggave van deze accijns toekomt;
- althans nog meer subsidiair de gevolgen van voormelde koopovereenkomsten te wijzigen in de zin van art. 6:258 lid 1 BW Pro onder de opschortende voorwaarde dat aan [verweerster] teruggave van deze accijns toekomt;
- en te verklaren voor recht dat [verweerster] gehouden is de accijns verdisconteerd in de koopovereenkomsten gesloten tussen partijen in de periode van 30 mei 1989 tot en met 22 december 1992 met correctie van de einddatum met de omloopsnelheid van de voorraad van [verweerster], betreffende stille tafelwijn, kwaliteitswijn (rode, witte en rosé) en parelwijn, geheel of gedeeltelijk terug te betalen aan [eiseres], onder de opschortende voorwaarde dat aan [verweerster] teruggave van deze accijns toekomt;
- en voorts [verweerster] te veroordelen tot voldoening aan [eiseres] van een bedrag van ƒ 16.939,10 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de dag dat de appèldagvaarding in deze zaak is uitgebracht d.d. 1 maart 1999, tot aan de dag der algehele voldoening.
[Verweerster] heeft zich tegen deze eiswijziging verzet. Bij tussenarrest van 15 december 1999 heeft het Hof het verzet ongegrond verklaard.
Bij arrest van 12 september 2001 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [Eiseres] heeft in de periode van 30 mei 1989 tot en met 22 december 1992 hoeveelheden stille tafelwijn, kwaliteitswijn en parelwijn gekocht van de importeur [verweerster]. [Verweerster] heeft hiervoor facturen verzonden aan [eiseres]. Die heeft deze zonder protest voldaan.
(ii) Op 23 september 1996 heeft de Tariefcommissie uitspraak gedaan in een aantal samenhangende rechtszaken waarin, kort gezegd, werd beslist dat over stille tafelwijnen, kwaliteitswijnen en parelwijnen welke in Nederland zijn geïmporteerd vanuit lidstaten van de EG geen wijnaccijns noch bijzondere accijns is verschuldigd.
(iii) [Verweerster] heeft ten tijde van de import bezwaarschriften ingediend tegen de heffing van accijns op de door haar uit lidstaten van de EG geïmporteerde wijnen. Op grond van genoemde uitspraak van de Tariefcommissie mag het ervoor worden gehouden dat [verweerster] bij de import van deze wijnen betaalde accijnzen zal terugontvangen, voor zover daartegen feitelijk bezwaar is gemaakt.
3.2 [Eiseres] heeft na wijziging van eis gevorderd als hiervoor onder 1 is weergegeven.
De Rechtbank heeft de vorderingen van [eiseres] afgewezen.
In het door hem ingestelde hoger beroep heeft [eiseres] zijn vordering wederom gewijzigd en wel als hiervoor onder 1 (eveneens) is weergegeven.
Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd.
3.3 In cassatie is nog slechts de (subsidiaire) stelling van [eiseres] aan de orde, inhoudende dat de door haar met [verweerster] gesloten overeenkomsten van koop en verkoop, voor zover daarin volgens haar, [eiseres], accijns is verdisconteerd, wegens dwaling moeten worden vernietigd.
3.4 Onderdeel 1 kan wegens gemis aan feitelijk grondslag niet tot cassatie leiden. Anders immers dan het onderdeel veronderstelt, heeft het Hof bij de beoordeling van het beroep van [eiseres] op dwaling niet tot uitgangspunt genomen dan dit slechts gegrond was op de stelling dat [eiseres] accijns had voldaan.
3.5.1 Het Hof heeft in rov. 12 geoordeeld dat, mede gelet op de omstandigheid dat de uitkomst van de in rov. 11 beschreven fiscale procedure op voorhand kennelijk geenszins vaststond, [verweerster] niet gehouden was om bij de onderhandelingen over de koop en de verkoop van de wijn ervan melding te maken dat zij bezwaar zou maken tegen de heffing van accijns bij invoer. Hieraan kan niet afdoen, aldus het Hof, dat [verweerster] in haar prijscouranten vermeldde: "Alle vermelde prijzen zijn per fles, in Nederlandse guldens, franco uw adres, exclusief BTW, inclusief accijns." Het Hof heeft vervolgens in rov. 13 (ook in zoverre) het door [eiseres] gedane beroep op dwaling verworpen.
3.5.2 Het Hof is met zijn oordeel dat [verweerster] [eiseres] niet ongevraagd over het maken van bezwaar tegen de heffing van accijns behoefde in te lichten, kennelijk ervan uitgegaan dat in dezen zich niet voordeed enige schending van de mededelingsplicht van art. 6:228 lid Pro 1, onder b, BW, dat, voorzover hier van belang, overeenstemt met het voor 1 januari 1992 geldende recht. Bij zijn oordeel heeft het Hof betrokken de - op zichzelf juiste - vermelding in de prijscouranten van [verweerster] dat de accijns reeds is voldaan en niet bovenop de aangeboden prijs komt; het heeft voorts kennelijk en niet onbegrijpelijk betekenis toegekend aan het feit dat beide partijen professionele ondernemers zijn.
Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot art. 6:228 BW Pro. Het is ook niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. De onderdelen 2 en 3 falen derhalve.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 september 2003.