ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ7334
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H.D. Bergkotte
- J.P.F. Rijken
- A.M.G. Smit
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in strafzaak over bezit van vals reisdocument en beroep op Vluchtelingenverdrag
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag, dan wel of verdachte een beroep op overmacht kon doen. Verdachte was in het bezit van een reisdocument waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het vals of vervalst was. Hij was gevlucht uit Iran via Turkije naar Nederland.
De verdediging voerde aan dat Turkije geen veilig vluchtadres is en dat het Vluchtelingenverdrag het toepassen van strafsancties op vluchtelingen die zonder toestemming een verdragsluitende staat binnenkomen verbiedt. Het hof oordeelde echter dat artikel 31 ziet Pro op het illegaal binnenkomen of verblijven, niet op het bezit van valse reisdocumenten. Bovendien was verdachte niet ten laste gelegd dat hij onrechtmatig Nederland binnenkwam.
Daarnaast stelde de verdediging dat sprake was van overmacht omdat verdachte geen andere mogelijkheid had dan het gebruik van valse documenten om vervolging in eigen land te ontlopen. Het hof stelde vast dat verdachte de valse papieren kort voor aankomst in Nederland van derden had ontvangen, waardoor het verweer feitelijk geen grondslag had.
Het hof verwierp beide verweren en bevestigde het vonnis van de politierechter. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het bezit van het vals reisdocument en de vervolging werd niet-ontvankelijk verklaard noch opgeheven.
Uitkomst: Het hof bevestigde het vonnis en verwierp het beroep op artikel 31 Vluchtelingenverdrag en het overmachtsverweer.