ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6852
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Groot-Van Dijken
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindigingsovereenkomst ondanks betwisting wilsonbekwaamheid en arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of appellant ten tijde van het ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst in december 2001 niet in staat was zijn wil te bepalen vanwege psychische problemen. Appellant stelde dat hij door een acute stressstoornis en de emotionele impact van zijn klokkenluidersfunctie niet handelingsbekwaam was, en dat de overeenkomst misbruik van omstandigheden bevatte.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor wilsonbekwaamheid op het moment van ondertekening. De huisarts constateerde wel emotionele instabiliteit, maar appellant had geen psychische hulp gezocht en was pas jaren later onder behandeling gekomen. De deskundige De Groot baseerde zijn oordeel over de geestestoestand in 2001 op anamnese en beperkte gesprekken in 2004, wat onvoldoende was voor het hof.
Verder was de beëindigingsovereenkomst niet ongunstig voor appellant, die hiermee zekerheid kreeg om een eigen praktijk op te bouwen met een vaste vergoeding. Het hof concludeerde dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst vanaf 2002, maar van een overeenkomst van opdracht, waarbij appellant vrij was opdrachten te verwerven. De stellingen over tekortschieten van geïntimeerden werden verworpen.
Het hof bekrachtigde het eerdere vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten. De grieven van appellant faalden, waaronder de stelling dat de overeenkomst nietig was wegens geestelijke stoornis of misbruik van omstandigheden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van wilsonbekwaamheid en bevestigt dat de overeenkomst een opdracht betreft.