ECLI:NL:GHSHE:2007:BC1140
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Feddes
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aandelenleaseovereenkomsten en vernietiging door echtgenote
In deze civiele zaak staat centraal of de door appellant met Dexia gesloten aandelenleaseovereenkomsten kunnen worden gekwalificeerd als huurkoop en koop op afbetaling, en of de echtgenote van appellant tijdig de vernietiging van deze overeenkomsten heeft ingeroepen. Het hof stelt vast dat de overeenkomsten voldoen aan de vereisten van koop, koop op afbetaling en huurkoop, en dat de toestemming van de echtgenote op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d BW Pro vereist was.
Appellant stelde dat zijn echtgenote pas bij betekening van de dagvaarding in eerste aanleg op de hoogte was van de overeenkomsten, wat het hof aannemelijk achtte. Dexia kreeg een bewijsopdracht om aan te tonen dat de echtgenote eerder op de hoogte was. Verder werd het beroep op dwaling afgewezen, omdat appellant voldoende informatie had kunnen inwinnen over de risico's en voorwaarden van de overeenkomsten. Ook het beroep op misbruik van omstandigheden faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
Ten aanzien van de Wet op het consumentenkrediet (WCK) oordeelde het hof dat deze wet niet van toepassing is op aandelenleaseconstructies zoals hier aan de orde, mede vanwege de ontstaansgeschiedenis en de aard van de vermogensrechten. Appellant voerde ook een zorgplichtschending aan, maar de beoordeling hiervan werd aangehouden in afwachting van het bewijs over de kennis van de echtgenote. Het hof bepaalde dat getuigen zullen worden gehoord en verwees de zaak naar een rolzitting voor verdere procedurele afhandeling.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de aandelenleaseovereenkomsten huurkoop zijn en dat de vernietiging door de echtgenote tijdig is, maar staat Dexia toe bewijs te leveren over eerdere kennis van de echtgenote.