ECLI:NL:GHSHE:2008:BF0352
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Feddes
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering Dexia Bank na aandelenleasegeschil ondanks zorgplicht en dwaling
Appellant sloot op circa 7 december 1999 een aandelenleaseovereenkomst met Dexia Bank voor een looptijd van 36 maanden. Na afloop stuurde Dexia een eindafrekening wegens restschuld, welke appellant niet betaalde. Appellant stelde in hoger beroep dat de overeenkomst vernietigbaar was wegens dwaling, schending van de bijzondere zorgplicht door Dexia en dat de echtgenote de overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW Pro had vernietigd.
Het hof oordeelde dat de aandelenleaseovereenkomst niet onder de Wet op het consumentenkrediet valt en dat de vordering van Dexia terecht was toegewezen door de kantonrechter. Appellant en zijn echtgenote werden niet-ontvankelijk verklaard in hun reconventionele vordering omdat deze niet tijdig was ingesteld. Het hof stelde dat de verstrekte informatie voldoende was om appellant te informeren over de aard en risico's van het product, en dat eventuele dwaling en teleurgestelde verwachtingen voor zijn rekening kwamen.
Verder oordeelde het hof dat het beroep op vernietiging wegens het ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenote niet tijdig was ingeroepen en dat zij geen verwerend beroep kon doen omdat zij geen partij was bij de overeenkomst. De discussie over schending van de zorgplicht liet het hof onbesproken wegens gebrek aan belang. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant en zijn echtgenote in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart appellant en zijn echtgenote niet-ontvankelijk in hun reconventionele vordering.