ECLI:NL:GHSHE:2008:BC3820
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Koopoptie in huurovereenkomst en de tegenprestatie bij boedelverdeling en familieverhoudingen
In deze zaak staat centraal de vraag of een koopoptiebeding in een huurovereenkomst, aangegaan in het kader van een boedelverdeling binnen een familiebedrijf, geldig is en hoe de tegenprestatie volgens artikel 7:226 lid 3 BW Pro moet worden begrepen.
De huurovereenkomst dateert van 1984 en bevat een koopoptiebeding dat niet als een eenzijdig wilsrecht van de huurder is geformuleerd, maar als een verplichting van de verhuurder om te verkopen. De verhuurde zaak is in 1996 verkocht onder vruchtgebruik, waarna de huurder de huur heeft opgezegd en de koopoptie heeft ingeroepen. De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de koopoptie geldend kan worden gemaakt tegen beide verhuurders gezamenlijk.
Het hof benadrukt dat de koopoptie en de daarbij behorende tegenprestatie moeten worden gezien als onderdeel van het samenstel van rechten en verplichtingen uit de boedelverdeling en de familieverhoudingen, en dat dit verband niet op onaanvaardbare wijze mag worden doorbroken. De tegenprestatie ligt niet uitsluitend in de huurprijs, maar in het gehele samenstel van afspraken. De koopoptie dient ook ter bescherming van de huurder tegen huuropzegging en ter continuïteit van het familiebedrijf. Het hof verleent partijen verlof tot cassatie en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de koopoptie geldig is en de tegenprestatie besloten ligt in het samenstel van verplichtingen, verleent verlof tot cassatie en houdt verdere beslissing aan.