ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5430
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- A.C. Otten
- C. Lo-Sin-Sjoe
- W.E.C.A. Valkenburg
- Rechtspraak.nl
Toekenning forfaitaire schadevergoeding voor inbeslagname rijbewijs op grond van Wegenverkeerswet
In deze beschikking in hoger beroep van de raadkamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de toekenning van een vergoeding aan appellant centraal vanwege de inbeslagname van zijn rijbewijs op grond van artikel 164, lid 9, van de Wegenverkeerswet 1994.
De rechtbank te Breda had het verzoek tot vergoeding afgewezen, waarna appellant tijdig hoger beroep instelde. Tijdens de openbare behandeling van het hoger beroep was appellant zelf niet aanwezig, maar wel zijn raadsvrouw. De advocaat-generaal had geadviseerd het hoger beroep af te wijzen.
Het hof overwoog dat artikel 164, lid 9, Wegenverkeerswet 1994 een vergelijkbare regeling kent als artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waarbij een forfaitaire vergoeding wordt toegekend voor iedere dag van voorlopige hechtenis. Het hof achtte het passend om ook voor de periode van inbeslagname van het rijbewijs een forfaitaire vergoeding van €10 per dag toe te kennen.
Gezien de periode van 174 dagen dat het rijbewijs was ingevorderd, werd een vergoeding van €1740 toegekend. Bijzondere omstandigheden voor een hogere vergoeding waren niet aangetoond. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en deed opnieuw recht door het bedrag toe te kennen ten laste van de Staat.
Uitkomst: Het hof kent een forfaitaire schadevergoeding van €1740 toe voor de 174 dagen dat het rijbewijs was ingevorderd.