ECLI:NL:RBSHE:2010:BO2841
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rijbewijs ten onrechte ongeldig verklaard; immateriële schadevergoeding afgewezen
Eiser heeft een beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om zijn verzoek om immateriële schadevergoeding af te wijzen, nadat zijn rijbewijs onrechtmatig ongeldig was verklaard. Hij stelde dat hij door deze ongeldigverklaring psychisch leed, belemmerd werd in zijn bewegingsvrijheid en in zijn arbeidsrelatie werd aangetast.
De rechtbank overwoog dat het bestuursrechtelijke besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs niet gelijkgesteld kan worden met strafrechtelijke invordering. Voor de beoordeling van immateriële schadevergoeding is aansluiting gezocht bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht, waarbij vereist is dat de benadeelde in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.
Hoewel eiser een zekere mate van ongerief heeft ondervonden, heeft hij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zodanig is geschaad dat recht op immateriële schadevergoeding bestaat. De spanning en frustratie die hij ervoer, kan niet gelijkgesteld worden aan die bij overschrijding van de redelijke termijn voor besluitvorming. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en partijen zijn niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige ongeldigverklaring van het rijbewijs is ongegrond verklaard.