ECLI:NL:GHSHE:2008:BF1322
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over heffing overdrachtsbelasting bij onzekerheid levering onroerende zaken
Belanghebbende had een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ontvangen vanwege de aankoop van een onroerende zaak bestaande uit bouwgrond en opstallen die gesloopt zouden worden. De Inspecteur stelde dat op het moment van de overeenkomst nog onzeker was of de sloopvergunning zou worden verkregen, waardoor niet duidelijk was welke onroerende zaken juridisch geleverd zouden worden.
De rechtbank oordeelde dat de werkelijke strekking van de overeenkomst was dat alleen de bouwgrond werd geleverd en dat de verkrijging van een recht op levering van de grond geen economische eigendom vormde die overdrachtsbelasting zou doen ontstaan. Het hof bevestigde deze uitleg en overwoog dat artikel 2, lid 1, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) vereist dat het heffingsobject op het moment van de overeenkomst bepaald moet zijn.
Omdat dit niet het geval was, kon artikel 2, lid 2, van de WBR niet worden toegepast. De teleologische interpretatie van de Inspecteur werd verworpen en het hof oordeelde dat het niet juist is om in strijd met de tekst van de WBR tot heffing over te gaan. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.
De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €644. De uitspraak werd gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch op 17 juli 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.