ECLI:NL:GHSHE:2008:BG9498
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.L.M. Tuijn
- J.M.W.M. van den Elzen
- H.P. Vonhögen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schadevergoedingsvorderingen en faillissement verdachte
In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 24 december 2008 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een verdachte die in staat van faillissement verkeert. De benadeelde partijen hadden in eerste aanleg schadevergoedingsvorderingen ingediend die door de rechtbank waren toegewezen. In hoger beroep werd betoogd dat deze vorderingen niet ontvankelijk zijn vanwege het faillissement van de verdachte, omdat deze vorderingen vóór het faillissement zijn ontstaan en derhalve boedelschulden zijn.
Het hof overweegt dat artikel 26 van Pro de Faillissementswet bepaalt dat vorderingen die ten laste van de failliete boedel komen, alleen ter verificatie bij de curator kunnen worden ingediend en niet via het strafproces. De benadeelde partijen hadden hun vorderingen deels vóór en deels na het faillissement aanhangig gemaakt, maar in beide gevallen geldt dat de vorderingen niet ontvankelijk zijn in het strafproces. Daarnaast wordt de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr niet opgelegd vanwege het faillissement, omdat de verdachte geen beschikking heeft over het vermogen en het opleggen van deze maatregel de gelijkheid van schuldeisers zou ondermijnen.
Het hof vernietigt daarom het vonnis voor zover het de schadevergoedingsvorderingen en de schadevergoedingsmaatregel betreft, verklaart de vorderingen niet-ontvankelijk en bepaalt dat de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen als niet opgelegd worden beschouwd. De overige onderdelen van het vonnis blijven in stand. De kosten van het geding worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen.
Uitkomst: De schadevergoedingsvorderingen van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard vanwege het faillissement van de verdachte en de schadevergoedingsmaatregel wordt niet opgelegd.