ECLI:NL:GHSHE:2008:BH0219
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over heffingsrecht Nederland op fictief inkomen uit recreatiewoning door Duitse belastingplichtige
Belanghebbende, een Duitse belastingplichtige, bezit samen met zijn echtgenote een recreatiewoning in Nederland. Hij betwistte dat Nederland belasting mag heffen over het fictief berekende inkomen uit deze woning, stellende dat Nederland slechts heffingsrecht heeft over daadwerkelijk genoten inkomsten volgens het Verdrag Nederland-Duitsland.
Het hof verwierp dit standpunt en stelde dat artikel 4 van Pro het Verdrag ook het gebruik van de onroerende zaak als inkomsten aanwijst, waarover Nederland forfaitair mag heffen, zoals onder de Wet IB 1964 met het huurwaardeforfait gebeurde. Het feit dat Duitsland geen forfaitaire heffing kent, doet hier niet aan af.
Belanghebbende had ter zitting alsnog gekozen voor binnenlandse belastingplicht en erkende dat de woning voor de helft in onverdeeld eigendom aan zijn echtgenote toebehoort. Hierdoor werd de aanslag verminderd conform de berekeningen van partijen.
Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de aanslag van de inspecteur, en stelde het belastbaar inkomen vast overeenkomstig de berekeningen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat Nederland heffingsrecht heeft over het fictief inkomen uit de recreatiewoning en vermindert de aanslag wegens mede-eigendom van de echtgenote.