ECLI:NL:GHSHE:2009:BI9975
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Gink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vergoeding te hoge huishoudelijke bijdragen na overlijden samenwonende partner
De zaak betreft een vordering van een samenwonende partner, [X.], tegen de erfgenamen van zijn overleden partner, [Y.], tot vergoeding van te hoge bijdragen aan de gezamenlijke huishouding gedurende hun samenleving van 1971 tot 2004. [X.] stelde dat hij meer dan zijn aandeel had bijgedragen en dat [Y.] daardoor ongerechtvaardigd was verrijkt.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing en niet voldoen aan de stelplicht. In hoger beroep handhaafde het hof deze beslissing. Het hof overwoog dat afrekening van huishoudkosten idealiter jaarlijks moet plaatsvinden en dat het te laat indienen van de vordering na het overlijden van [Y.] tot rechtsverwerking leidt. Tevens werd geoordeeld dat er geen sprake was van een verrekenafspraak of ongerechtvaardigde verrijking, mede omdat de financiële afspraken tussen partijen stilzwijgend waren en door beiden werden geaccepteerd.
Het hof concludeerde dat de vordering terecht was afgewezen en compenseerde de proceskosten zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak bevestigt dat achteraf aanspraken op vergoeding van huishoudelijke kosten tussen samenwonenden zonder contractuele afspraken moeilijk te realiseren zijn, vooral na overlijden van een partij.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van te hoge bijdragen aan het huishouden wordt afgewezen wegens rechtsverwerking en onvoldoende onderbouwing.