ECLI:NL:GHSHE:2009:BK3716
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- J.H.M. Westenbroek
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na witwaspraktijken en drugshandel
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch geoordeeld dat ontneming van voordeel uit strafbare feiten gepleegd vóór 1 maart 1993 niet mogelijk is, tenzij dat voordeel nadien het voorwerp is geweest van witwaspraktijken. De veroordeelde, die is veroordeeld voor medeplegen van drugshandel en gewoontewitwassen, heeft ook voor die datum verkregen inkomsten aan het zicht van justitie onttrokken door witwaspraktijken.
Het hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend via vermogensvergelijking, waarbij het vermogen dat niet uit legale bronnen kon worden verklaard, werd aangemerkt als uit strafbare feiten afkomstig. Legale inkomsten uit autohandel zijn erkend, maar inkomsten uit bloemenhandel niet aannemelijk bevonden. Diverse bezittingen waarvan witwassen niet bewezen is, zijn toch betrokken in de berekening van het voordeel.
De totale omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op €4.117.827,73, waarvan na verrekening van reeds verbeurd verklaarde vermogensbestanddelen en matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn een betalingsverplichting van €2.863.051,13 resteert. Het hof wijst de verweren van de verdediging af en bevestigt de toepassing van artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het hof legt een betalingsverplichting op van €2.863.051,13 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verminderd met verbeurd verklaarde vermogensbestanddelen en vermeerderd met vervolgprofijt.