ECLI:NL:GHSHE:2010:BN3979
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar grondwaterbelasting wegens onbevoegdheid gemachtigde
Aan de gemeente is een naheffingsaanslag grondwaterbelasting opgelegd over 2005. Namens het college van burgemeester en wethouders diende een ambtenaar bezwaar in tegen deze aanslag. De inspecteur verklaarde het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. In hoger beroep stond primair de ontvankelijkheid van het bezwaar en beroep ter discussie. De inspecteur stelde dat de ambtenaar niet bevoegd was het bezwaar in te dienen en dat het bezwaar daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Het hof stelde vast dat uit het mandaatregister bleek dat de ambtenaar niet bevoegd was namens de gemeente bezwaar te maken of beroep in te stellen. Ook het collegebesluit en raadsbesluit gaven geen mandaat aan deze ambtenaar. De gemeente voerde aan dat een derde als gemachtigde kon optreden, maar het hof verwierp dit omdat de ambtenaar binnen zijn ambtelijke werkzaamheden handelde en niet als derde kon worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan bevoegd is rechtsgedingen en bezwaarprocedures te voeren, maar deze bevoegdheid niet aan de ambtenaar had gemandateerd. Hierdoor was het bezwaar niet-ontvankelijk. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan de gemeente.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag grondwaterbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid van de gemachtigde ambtenaar.