ECLI:NL:HR:2011:BU5625
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onbevoegdheid vertegenwoordiger bij bezwaar grondwaterbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag voor de grondwaterbelasting over 2005 opgelegd, die na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd gehandhaafd. In hoger beroep stelde de Inspecteur incidenteel beroep in, waarna het hof het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde omdat de vertegenwoordiger C niet bevoegd zou zijn geweest om namens belanghebbende bezwaar en beroep in te stellen.
De Hoge Raad oordeelt dat in de bezwaarfase en bij de rechtbank geen aanleiding was om de vertegenwoordigingsbevoegdheid van C te betwisten. Belanghebbende heeft bovendien in hoger beroep instemming gegeven met het door C ingestelde bezwaar en beroep, waardoor de handelingen van C als bevoegd moeten worden beschouwd volgens artikel 3:69 lid 1 en Pro 3:79 BW.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling van het bezwaar over de inhoud van de naheffingsaanslag. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.