ECLI:NL:GHSHE:2011:BP8142
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Meulenbroek
- Keizer
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij onjuiste vermelding nevenzittingsplaats in dagvaarding
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal vanwege gebreken in de dagvaarding en het herstelexploot. Aquadelta had tijdig hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Middelburg, maar in het exploot van dagvaarding was niet vermeld dat de zaak zou worden behandeld in de nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch van het gerechtshof 's-Gravenhage. In het herstelexploot werd bovendien abusievelijk het gerechtshof 's-Hertogenbosch als behandelend hof genoemd in plaats van het gerechtshof 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch.
Volgens artikel 120 lid 1 Rv Pro zouden deze gebreken in beginsel nietigheid meebrengen. De geïntimeerde [X.] heeft zich op deze nietigheid beroepen en verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van Aquadelta in het hoger beroep. Het hof overwoog echter dat deze gebreken de geïntimeerde niet onredelijk in zijn belangen hadden geschaad, zoals vereist volgens artikel 122 lid 1 Rv Pro. De geïntimeerde heeft dit ook niet gesteld.
Het hof verwierp daarom het beroep op nietigheid en verklaarde Aquadelta ontvankelijk in het hoger beroep. Hiermee kwam het hof terug op een eerder arrest van 27 april 2010 in een vergelijkbare zaak. Vervolgens verwees het hof de hoofdzaak naar het gerechtshof 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, en hield het de verdere beslissing aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot niet-ontvankelijkverklaring af en verklaart Aquadelta ontvankelijk in het hoger beroep.