ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ2864
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Swinkels
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering voortzettingswaarde landbouwbedrijf bij successierecht
Deze zaak betreft een hoger beroep over de waardering van de voortzettingswaarde van een landbouwbedrijf in het kader van de Successiewet 1956. De Inspecteur had de geconserveerde waarde vastgesteld op basis van een rekenmodel dat de DCF-methode toepast, maar geen rekening hield met langlopende schulden. Na cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het Hof oordeelt dat de DCF-methode buiten het rekenmodel mag worden gehanteerd en dat bij de waardering van de voortzettingswaarde de langlopende schulden in dit geval wel in aanmerking moeten worden genomen, omdat deze de waarde van de onderneming drukken. Tevens wordt geoordeeld dat de restwaarde van het melkquotum niet apart mag worden meegenomen omdat deze reeds in de kasstromen is verwerkt.
De Inspecteur heeft geen eigen berekening van de voortzettingswaarde overgelegd, waardoor het Hof de door belanghebbende overgelegde berekening volgt, die aannemelijk wordt geacht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de geconserveerde waarden worden verminderd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de geconserveerde waarde wordt verminderd met inachtneming van de DCF-methode inclusief aftrek van langlopende schulden.