ECLI:NL:HR:2010:BM5123
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortzettingswaarde onderneming bij successiebelasting volgens discounted cash flow-methode
Belanghebbende kreeg een conserverende aanslag in het recht van successie opgelegd na het overlijden van een familielid, waarbij de waarde van een onderneming onderdeel was van de nalatenschap. De Inspecteur berekende de voortzettingswaarde van de onderneming volgens het Besluit van de Minister van Financiën, gebruikmakend van de discounted cash flow-methode (DCF), waarbij schulden buiten beschouwing werden gelaten.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en bepaalde hoe de aanslag moest worden berekend. Het Hof vernietigde deze uitspraak voor zover de rechtbank verzuimde zelf de geconserveerde waarden vast te stellen en oordeelde dat de Inspecteur terecht geen rekening hield met de schulden bij de voortzettingswaarde. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het bewijsaanbod van belanghebbende om haar berekening nader te onderbouwen ongemotiveerd heeft gepasseerd, waardoor het arrest niet in stand kan blijven. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Tevens werd de Minister van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling met inachtneming van het arrest.