ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ6463
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- A.C.J. Viersen
- Rechtspraak.nl
Toepassing 30%-regeling op optievoordeel na beëindiging dienstbetrekking
Belanghebbende, een Amerikaans staatsburger, was van 2002 tot en met 2005 statutair bestuurder bij een Nederlandse vennootschap en had recht op de 30%-regeling. Tijdens zijn dienstverband werden hem voorwaardelijke aandelenopties toegekend die pas na 31 december 2005 onvoorwaardelijk werden. In 2006 genoot hij een optievoordeel van ruim twee miljoen euro.
De Inspecteur betwistte toepassing van de 30%-regeling op dit voordeel, stellende dat de regeling maximaal tien jaar geldt en niet van toepassing is op voordelen die na beëindiging van de dienstbetrekking onvoorwaardelijk worden. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag.
Het Hof bevestigt dit oordeel en stelt dat het optievoordeel toe te rekenen is aan arbeid verricht in Nederland gedurende de dienstbetrekking en dat het niet uitmaakt dat het voordeel pas later onvoorwaardelijk wordt genoten of dat belanghebbende dan niet meer in Nederland verblijft. Ook het niet afzonderlijk aangeven van de vrije vergoeding door de werkgever bij loonbelasting inhouding verhindert toepassing van de regeling niet.
Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het optievoordeel onder de 30%-regeling valt en verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.