ECLI:NL:GHSHE:2011:BT1808
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- P.M. Huijbers-Koopman
- I. Giesen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep medische fout en dossierplicht bij oogoperatie met verlies oog
Appellant [X.] werd in juni 2003 doorverwezen naar het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM) vanwege een starre netvliesloslating aan zijn linkeroog. Na een eerste operatie volgden controles en een tweede operatie in februari 2004, waarbij een deel van siliconenolie uit het oog werd verwijderd. Kort daarna ontstond een chemosis conjunctiva, een zwelling van het oogslijmvlies, waarna het gezichtsvermogen verder achteruitging en uiteindelijk het oog moest worden verwijderd.
[X.] stelde het AZM aansprakelijk wegens een medische fout, waaronder onvoldoende informatie voorafgaand aan de ingreep, het gebruik van een niet-steriel mesje, overvloedig jodiumgebruik ondanks eerdere allergische reactie, en onvoldoende verslaglegging. De rechtbank wees de vordering af omdat de gestelde tekortkomingen niet waren komen vast te staan.
In hoger beroep voerde [X.] meerdere grieven aan, waaronder het niet benoemen van een onafhankelijke deskundige en het niet onderzoeken van het causale verband tussen de chemosis en het verlies van het oog. Het hof oordeelde dat eerst moet worden vastgesteld of sprake is van een medische fout voordat een deskundigenbericht wordt ingewonnen. Het hof bevestigde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat onvoldoende bewijs was geleverd voor de gestelde fouten en dat het AZM niet tekort is geschoten in de dossierplicht.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [X.] in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellant af wegens onvoldoende bewijs van medische fout en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.