ECLI:NL:GHSHE:2011:BT9014
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- P.A.G.M. Cools
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Geen recht op arbeidskorting voor WGA-uitkering wegens ontbreken verband met tegenwoordige arbeid
Belanghebbende ontving in 2007 een Ziektewetuitkering en een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. In zijn aangifte gaf hij de WGA-uitkering op als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, maar de Inspecteur kwalificeerde deze als loon uit vroegere dienstbetrekking, waardoor geen arbeidskorting werd verleend.
Belanghebbende stelde dat hij hierdoor ongelijk werd behandeld ten opzichte van werknemers die een loondoorbetaling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangen en daarom wel arbeidskorting krijgen. Het Hof oordeelde dat de WGA-uitkering geen rechtstreekse beloning is voor tegenwoordige arbeid en niet als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking kan worden aangemerkt.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen met verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad. Het Hof benadrukte de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever bij fiscale regelgeving en vond dat het onderscheid tussen tijdelijke en duurzame arbeidsongeschiktheid objectief en redelijk gerechtvaardigd is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen recht op arbeidskorting voor WGA-uitkering.