ECLI:NL:GHSHE:2013:4327

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 september 2013
Publicatiedatum
24 september 2013
Zaaknummer
HD 200.115.672-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:253 BWArt. 355 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep van tussenvonnis over derdenbeding en processtukken in VVE-geschil

De Vereniging van Eigenaren van het Villapark (VVE) is in hoger beroep gekomen tegen een tussenvonnis van de kantonrechter Breda, sector kanton, waarin geschilpunten omtrent een derdenbeding (artikel 6:253 BW Pro) aan de orde zijn. De VVE voerde zeven grieven aan tegen het vonnis en nam een conclusie van eis. De geïntimeerden namen memorie van antwoord, tevens akte van eis in reconventie en inbreng van producties, gevolgd door een akte in conventie en reconventie en een antwoordakte van de VVE.

Het hof oordeelt dat het processtuk van 8 januari 2013 van de geïntimeerden wel degelijk een incidenteel appel bevat, gericht tegen beslissingen in reconventie van de kantonrechter. De VVE heeft onvoldoende gelegenheid gekregen om een memorie van antwoord in incidenteel appel te nemen, omdat zij door de benaming van het processtuk op het verkeerde been is gezet.

Het hof verwijst de zaak naar de rol van 5 november 2013 om de VVE alsnog die gelegenheid te bieden en verbiedt verdere memories of aktes in dit stadium. De verdere beslissing wordt aangehouden. Hiermee wordt het procesrechtelijke belang van hoor en wederhoor en een correcte procedure gewaarborgd.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord in incidenteel appel, verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer: 200.115.672 /01
Zaak-rolnummer rechtbank: 687612 CV EXPL 11-8031

Arrest d.d. 24 september 2013

in de zaak van

de vereniging Vereniging van Eigenaren van het Villapark [Villapark] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna te noemen: de VVE,
advocaat: mr. J.P. van den Berg te Den Haag,
tegen

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2],

wonende te [woonplaats],
geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel,
hierna te noemen: [geïntimeerden],
advocaat: mr. Ph. C.M. van der Ven te Den Bosch.

Het geding

Bij exploot van 18 oktober 2012 is de VVE in hoger beroep gekomen van het vonnis van 18 juli 2012 dat de rechtbank Breda, sector kanton, tussen partijen heeft gewezen. Bij dit exploot (met producties) heeft de VVE tegen dat vonnis zeven grieven aangevoerd. Vervolgens heeft zij een conclusie van eis genomen. [geïntimeerden] hebben bij memorie van antwoord (met producties) de grieven bestreden. De memorie van antwoord bevat tevens een “akte van eis in reconventie en inbreng van producties”. Daarna hebben [geïntimeerden] nog een akte in conventie en in reconventie genomen en de VVE een antwoordakte. Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor arrest.

De beoordeling van het hoger beroep

1.
Het gaat hier om hoger beroep van een tussenvonnis, waarvoor de kantonrechter verlof heeft verleend. Het verlof betreft zowel de conventie als de reconventie.
2.
Op 8 januari 2013 hebben [geïntimeerden] een processtuk genomen met de titel
Memorie van Antwoord, tevens Akte van eis in reconventie, tevens houdende akte inbreng van producties.Vervolgens hebben zij op 22 januari 2013 een akte in conventie en in reconventie genomen
.De VVE heeft op 19 februari 2013 een antwoordakte genomen. Dit is tot dusverre het laatste processtuk. Hierin stelt de VVE (sub 1) dat [geïntimeerden] bij memorie van antwoord geen incidenteel beroep hebben ingesteld en dat, ware dit wél geschied, zij gelegenheid had moeten krijgen om een memorie van antwoord in het incidentele appel te nemen. Die gelegenheid heeft zij echter niet gehad, zo voert zij aan. In deze antwoordakte gaat de VVE slechts in op de stellingen van de akte d.d. 22 januari 2013.
3.
Het hof is van oordeel dat het processtuk van 8 januari 2013 wel degelijk een incidenteel appel bevat. Het is gericht tegen enige in het vonnis opgenomen (eind)beslissingen in reconventie, waarin de kantonrechter aankondigt bepaalde vorderingen van [geïntimeerden] te zullen afwijzen. Het mondt uit in een petitum - met gewijzigde vorderingen - tot toewijzing daarvan.
4.
De VVE heeft inderdaad onvoldoende gelegenheid gekregen een memorie van antwoord in incidenteel appel te nemen. Die gelegenheid behoort haar alsnog te worden geboden, mede omdat zij blijkbaar op het verkeerde been is gezet door de naamgeving van het processtuk van 8 januari 2013.
Daartoe zal de zaak naar de rol worden verwezen. Verdere memories en/of aktes zullen in dit stadium niet worden toegestaan.
Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de roldatum van 5 november 2013 voor het door de VVE nemen van een memorie van antwoord in incidenteel appel,
verstaat dat in dit stadium van het proces geen verdere memories of aktes zullen worden toegestaan,
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.J. van Sandick, H. Warnink en R.F. Groos en is uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van 24 september 2013 in aanwezigheid van de griffier.