Uitspraak
betreffende na te noemen aanslag en beschikking heffingsrente.
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
In dat geval kan belanghebbende naar het oordeel van het Hof ook geen vertrouwen ontlenen aan het Besluit van 23 april 1986, nr. 286-1389, V-N 1986, blz. 1125 (vgl. Hoge Raad
1 maart 2002, nr. 36 908, LJN AD9704, BNB 2002/168).
Dat de Inspecteur – ter behoud van rechten - tevens bij [F] heeft nageheven, maakt het bovenvermelde oordeel van het Hof niet anders.
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond;
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank;
- heropenthet onderzoek voor het doen van een nadere uitspraak voor wat betreft de bepaling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding.