ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ7071
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.M. Huijbers-Koopman
- O.G.H. Milar
- I.L.P. Crombeen
- Rechtspraak.nl
Geschil over omvang en betaling van advocaatdeclaraties in civiele procedure
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of en in welke omvang de advocaat werkzaamheden heeft verricht voor de cliënt en of de declaraties daarvoor terecht zijn gefactureerd. De cliënt betwist de omvang van de werkzaamheden en stelt dat sommige declaraties onterecht zijn, onder meer omdat werkzaamheden om niet zouden zijn verricht en toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand niet zijn aangevraagd.
De rechtbank had een deel van de vordering toegewezen en een ander deel afgewezen, met name voor een dossier waarin mogelijk een toevoeging had moeten worden aangevraagd. Het hof bevestigt dat de advocaat werkzaamheden heeft verricht die door de cliënt onvoldoende zijn betwist en dat de cliënt gehouden is tot betaling. De betwisting dat werkzaamheden om niet zijn verricht faalt omdat de omvang van de werkzaamheden aanzienlijk was en onvoldoende is onderbouwd dat deze gratis zouden zijn.
Het hof oordeelt dat de cliënt zijn stelplicht heeft verzaakt omtrent de vraag of hij in aanmerking kwam voor toevoegingen en dat bewijslevering daarom achterwege kan blijven. Wel wordt een declaratie afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de werkzaamheden, namelijk een zitting waarvoor de cliënt zelf aanwezig was zonder advocaat. De vordering wordt dienovereenkomstig verminderd. Proceskosten worden aan beide zijden toegewezen conform het resultaat.
Uitkomst: Het hof veroordeelt cliënt tot betaling van €4.140,75 aan advocaat en vermindert de vordering wegens onterecht gedeclareerde zitting.