ECLI:NL:GHSHE:2013:CA4016
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- E.A.G.M. Waaijers
- L.Th.L.G. Pellis
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek toelating schuldsaneringsregeling en opheffing faillissement
Appellanten verzochten het hof om de vonnissen van de rechtbank te vernietigen en hun faillissementen op te heffen onder gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank had deze verzoeken afgewezen omdat niet aannemelijk was dat appellanten te goeder trouw waren geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Het hof oordeelde dat het huwelijk in gemeenschap van goederen tussen appellant sub 1. en appellante sub 2. geen reden is om het verzoek reeds op voorhand af te wijzen, mede gelet op artikel 8 EVRM Pro. Wel stelde het hof vast dat de verklaring ex artikel 285 Fw Pro onvoldoende was en dat appellanten niet te goeder trouw waren met betrekking tot een belastingschuld van €7.708,--, ontstaan door onterecht ontvangen kinderopvangtoeslagen die niet waren gereserveerd.
Verder was appellante sub 2. nog niet stabiel genoeg vanwege haar borderline persoonlijkheidsproblematiek om de schuldsaneringsregeling succesvol te doorlopen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat niet aannemelijk was dat de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle waren gekregen. Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en opheffing van het faillissement af.