ECLI:NL:HR:2012:BW4208
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering schuldsanering wegens ontbreken goede trouw
De zaak betreft een verzoek tot schuldsanering waarbij de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam de toepassing van schuldsanering hebben geweigerd op grond van het ontbreken van goede trouw bij de verzoeker.
De verzoeker stelde zich op het standpunt dat de schuldsanering wel toegepast moest worden, maar het hof oordeelde anders en wees het verzoek af. Tegen dit arrest heeft de verzoeker cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep behandeld en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en verwierp het beroep, waarmee de weigering van de schuldsanering definitief werd vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van schuldsanering wegens ontbreken van goede trouw blijft in stand.