Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mevrouw W.A. Goertz, hierna te noemen: de bewindvoerder.
- mevrouw N. Haane, hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder, als informante.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling centraal. De rechtbank had de regeling beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub f Faillissementswet Pro, omdat naar haar oordeel bij toelating reeds feiten en omstandigheden bestonden, waaronder een alcoholverslaving en psychische problemen, die toelating tot de regeling in de weg hadden gestaan.
De schuldenaar, appellante, voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van een alcoholprobleem en dat het rapport waarop de rechtbank zich baseerde dit ook niet vermeldde. Zij stelde dat haar psychosociale problematiek bekend was en dat zij onder behandeling stond van een psycholoog. Tevens betoogde zij dat zij vrijstelling van de sollicitatieplicht zou moeten krijgen vanwege haar problematiek.
Het hof oordeelde dat het niet relevant was of er op het moment van hoger beroep sprake was van verslavingsproblematiek, maar dat deze problematiek al bij de toelatingszitting bekend was of had moeten zijn. Hierdoor kon de regeling niet tussentijds worden beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub f Fw Pro. Het hof stelde dat appellante de sollicitatieplicht moet naleven of een ontheffing daarvan moet aanvragen en haar behandeling moet voortzetten.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en handhaafde de schuldsaneringsregeling. Dit arrest benadrukt het belang van volledige bekendheid met relevante problematiek bij toelating tot de regeling en de beperkingen van tussentijdse beëindiging.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het vonnis en handhaaft de schuldsaneringsregeling, waarbij appellante haar verplichtingen moet nakomen.