Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 872319,rolnr.13-491)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
€ 3.723,26
€ 8.000,--
zulks met inachtneming van het bovenstaande”. Kennelijk heeft de kantonrechter daarbij gedoeld op de overweging waarin hij oordeelt dat [Architectural Projects Nederland] de door [geïntimeerde] gedane betalingen ten onrechte (deels) op de buitengerechtelijke kosten in mindering heeft gebracht. Volgens de kantonrechter zijn buitengerechtelijke kosten geen kosten in de zin van art. 6:44 BW Pro, zodat de betalingen strekken in mindering op de verschenen rente en de hoofdsom. Aldus resteert volgens de kantonrechter een hoofdsom van € 1.296,24. Over dit bedrag heeft de kantonrechter de gevorderde rente toegewezen vanaf de datum van de inleidende dagvaarding (11 januari 2013). De kantonrechter heeft voorts de buitengerechtelijke kosten gematigd tot € 300,--, volgens de kantonrechter conform het staffeltarief van de kantonrechters.
Toerekening van betalingen op een
Bij de kosten dient bijv. te worden gedacht aan executiekosten of aan de kosten die zijn gemaakt om de prestatie te ontvangen, maar door het uitblijven daarvan hun doel hebben gemist”.