Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Verhagen;
- de stichting, vertegenwoordigd door mevrouw Z.E. Kleber en mevrouw T. Willemsen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een moeder tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon heeft verleend aan Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant. De machtiging betrof een tijdelijke uithuisplaatsing met zorgaanspraak.
De moeder betoogde dat zij ondanks het verstrijken van de termijn van de machtiging belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hof, mede vanwege mogelijke toekomstige beslissingen. Het hof stelde vast dat de machtiging niet is uitgevoerd en ook niet meer kan worden uitgevoerd, waardoor er geen inbreuk is gemaakt op het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
Het hof overwoog dat de moeder daarom geen rechtens relevant belang meer heeft bij de toetsing van de rechtmatigheid van de machtiging. Ook het vooruitzicht op een eventuele nieuwe machtiging in de toekomst biedt geen voldoende belang, omdat de omstandigheden dan anders zullen zijn.
Op grond hiervan wees het hof het hoger beroep van de moeder af en bevestigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de moeder af wegens gebrek aan rechtens relevant belang.