Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende hield een effectendepot aan bij Crédit Agricole Luxembourg en gaf in zijn belastingaangiften over meerdere jaren geen inkomsten of vermogensbestanddelen uit Luxemburg aan. Na melding van dit vermogen en een verzoek om toepassing van de inkeerregeling, volgde correspondentie over verstrekte informatie en uitstelverzoeken.
De Inspecteur legde uiteindelijk een navorderingsaanslag op voor het jaar 2007, waarin ook correcties over meerdere jaren waren verwerkt, mede op basis van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur niet voortvarend had gehandeld en dat de heffingsrente niet afzonderlijk op het aanslagbiljet was vermeld, waardoor deze niet verschuldigd zou zijn.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur voldoende voortvarend had gehandeld, mede omdat belanghebbende zelf had verzocht om één gecombineerde aanslag over meerdere jaren. Daarnaast werd geoordeeld dat de vaststellingsovereenkomst de vorm van de heffing regelde, waarbij het niet afzonderlijk vermelden van heffingsrente niet in strijd was met de wet en de verschuldigdheid niet uitsloot.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de Rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarbij de navorderingsaanslag en heffingsrente rechtmatig zijn opgelegd.