In deze zaak stond verdachte terecht voor een verkeersongeval met dodelijke afloop, waarbij hem overtreding van de Wegenverkeerswet werd ten laste gelegd. In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en ontslagen van alle rechtsvervolging voor het subsidiaire feit. De officier van justitie ging hiertegen in hoger beroep.
Tijdens het hoger beroep werd een neuroloog gehoord die verklaarde dat verdachte mogelijk een epileptische aanval had zonder de gebruikelijke externe verschijnselen. Verdachte lijdt aan symptomatische lokalisatie gebonden epilepsie door een hersentumor. Het hof achtte niet uitgesloten dat een epileptische aanval de oorzaak was van het ongeval, mede gezien getuigenverklaringen en verkeersongevalsanalyse.
Verdachte beschikte over een geldig rijbewijs en had zich gehouden aan medische adviezen, waaronder een rijontzegging van drie maanden na een eerdere aanval. De neuroloog en het CBR hadden hem rijgeschikt verklaard met beperkingen. Gezien deze omstandigheden kon verdachte geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij, met ontslag van alle rechtsvervolging. Het oordeel is gebaseerd op medische deskundigheid, bewijsstukken en het ontbreken van andere oorzaken voor het ongeval.