In deze zaak stond de vraag centraal of de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling verlengd kan worden nadat de reguliere termijn van drie jaar is verstreken. Het hof had eerder appellanten niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, maar hield de zaak pro forma aan in afwachting van een prejudiciële uitspraak van de Hoge Raad.
De Hoge Raad bepaalde dat verlenging van de schuldsaneringsregeling ook na afloop van de reguliere termijn mogelijk is en dat de verplichtingen uit de regeling niet gelden in de periode tussen het einde van de reguliere termijn en de definitieve beslissing over verlenging. De schuldenaren hebben sinds oktober 2014 voldoende gesolliciteerd, een betalingsregeling met VGZ nageleefd en een deel van de nieuwe schuld afgelost.
Gezien deze gedragingen en het feit dat zij zich aan de kernverplichtingen hebben gehouden, acht het hof verlenging van de regeling met 12 maanden passend. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor voortzetting van de regeling. Het eerdere vonnis wordt vernietigd.