Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft beroep en hoger beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, en tegen de daarbij behorende heffingsrentebeschikkingen. Hij stelde dat de inspecteur niet voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de aanslagen en dat de heffingsrente onterecht te hoog was berekend. Tevens vorderde hij vergoeding wegens immateriële schade.
Het hof heeft geoordeeld dat de inspecteur geen onverklaarbare inactiviteit heeft vertoond, mede doordat belanghebbende uitstel had gekregen voor het verstrekken van nadere informatie. Na eliminatie van deze uitstelperiode resteerde minder dan zes maanden inactiviteit, wat niet leidt tot onvoldoende voortvarendheid. De standstillbepaling van het VWEU behoeft daarom geen behandeling.
Verder heeft het hof vastgesteld dat de heffingsrente terecht is berekend tot 15 april 2011 en dat de vertraging vooral te wijten is aan de gemachtigde van belanghebbende. Het hof volgt de rechtbank in de afwijzing van de vordering tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de vertraging aan belanghebbende is toe te rekenen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.