Uitspraak
9.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenarrest van 23 december 2014;
- de memorie na enquête van Action.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante werd ontslagen op staande voet wegens verduistering van circa €1.971,92 aan kastekorten bij Action Nederland B.V. In hoger beroep leverde zij tegenbewijs door getuigenverklaringen en schriftelijk bewijs, waaronder een vrijspraak in het strafrechtelijk onderzoek.
Het hof hechtte weinig waarde aan de getuigenverklaringen omdat de getuige niet meer werkzaam was tijdens de relevante periode en de verklaringen onvoldoende plausibel waren. De verklaring van appellante dat retouraanslagen zonder kassabon werden gemaakt vanwege verloren bonnen werd niet geloofwaardig geacht gezien het aantal onverklaarbare retouraanslagen. Ook het argument dat personeelskorting de retouraanslagen verklaarde, werd verworpen.
Het hof oordeelde dat het bewijs van Action voorshands bewezen was en dat appellante niet slaagde in het leveren van tegenbewijs, ook niet met het strafrechtelijke vonnis van vrijspraak, aangezien de bewijsregels in het civiele recht anders zijn. Het hof bevestigde dat Action een dringende reden had voor ontslag op staande voet. Het principaal hoger beroep werd afgewezen, het incidenteel hoger beroep slaagde voor toewijzing van onderzoekskosten. Appellante werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt het ontslag op staande voet wegens verduistering en wijst het principaal hoger beroep af.