Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een handelaar in personenauto’s, deed BPM-aangifte voor een auto ruim vóór de datum van registratie in het kentekenregister en betaalde de belasting op basis van die aangifte. Na bezwaar stelde de Inspecteur de verschuldigde BPM lager vast, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank die het beroep deels gegrond verklaarde en een teruggaaf toekende.
Het geschil in hoger beroep betrof de vraag of belanghebbende recht had op vergoeding van de kosten van het bezwaar. Het Hof overwoog dat de wettelijke systematiek vereist dat BPM voorafgaand aan het belastbare feit wordt voldaan, waardoor de heffingsgrondslag op het moment van aangifte nog niet vaststaat.
De Belastingdienst compenseert dit door een peildatum vijf dagen na aangifte te hanteren en biedt handelaren de mogelijkheid tot aangifte per tijdvak. Belanghebbende maakte hier geen gebruik van en deed aangifte ruim een maand voor registratie, waardoor zij bewust het risico aanvaardde dat de belasting te hoog was. Dit betekent dat geen sprake is van een aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid in de zin van artikel 7:15 Awb Pro en dus geen recht op kostenvergoeding.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank, waarbij het griffierecht en proceskosten niet werden vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd zonder vergoeding van kosten bezwaar.