Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 mei 2016 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [kantoorplaats] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
19 december 2014 naar verwijst. Op grond van artikel 28c van de Invorderingswet 1990 kan invorderingsrente worden vergoed indien belasting is teruggegeven omdat de desbetreffende belasting in strijd met het Unierecht is geheven. Anders dan eiseres betoogt is hier echter geen sprake van teruggaaf van belasting die in strijd met het Unierecht is geheven.De rechtbank verwerpt het standpunt van eiseres dat het bij iedere te veel betaalde euro aan BPM gaat om belasting die in strijd met het Unierecht is geheven. In het geval van eiseres wordt de te veel betaalde belasting louter opgeroepen door een waardedaling van de auto in de periode gelegen vanaf de aangifte tot het moment van kentekenregistratie. De mate waarin die waardedaling ontstaat vanwege tijdsverloop, heeft eiseres in de hand. Het is immers een eigen keuze van eiseres om meer dan vijf dagen voorafgaande aan de kentekenregistratie aangifte te doen en die werkwijze wordt niet opgeroepen door een dwingende bepaling van nationaal recht. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor een rentevergoeding.
(1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 496 en een wegingsfactor 1). Aan de onderhavige zaak wordt voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand de helft van € 992 toegerekend, dat is € 496.