In deze zaak stond centraal of de werknemer tijdig een deskundigenverklaring over zijn arbeidsongeschiktheid had overgelegd conform artikel 7:629a BW. De werknemer had pas in hoger beroep standaardformulieren (E115 en E116) van de EU overgelegd, die als gelijkwaardig aan een deskundigenverklaring werden beschouwd, maar niet tijdig bij de inleidende dagvaarding.
Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende had gemotiveerd waarom deze formulieren niet eerder konden worden overgelegd, ondanks dat hij een uitstel had gekregen voor het indienen van stukken. De slechte leesbaarheid en het ontbreken van een beëdigde vertaling waren volgens het hof geen geldige reden om niet eerder te overleggen.
Het hof verwierp de grieven in zowel het principaal als incidenteel hoger beroep en bekrachtigde het bestreden vonnis. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten van hun respectievelijke beroepen. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige en correcte overlegging van deskundigenverklaringen bij arbeidsongeschiktheid.