In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen [appellante], huurder van een woning, en Stichting Mooiland, verhuurder. Mooiland had de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik in verband met een nieuwbouwproject waarvoor de woning gesloopt moet worden. De huurder stemde niet in met de opzegging. De kantonrechter bepaalde dat de huurovereenkomst eindigt op 30 april 2015 en veroordeelde de huurder tot ontruiming van de woning.
Mooiland verzocht vervolgens in hoger beroep om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat het hoger beroep vertraging veroorzaakt en daardoor schade lijdt. Het hof oordeelt dat een uitvoerbaarverklaring bij voorraad slechts in uitzonderlijke omstandigheden mogelijk is, zoals misbruik van recht of kennelijk kansloos hoger beroep, en dat Mooiland geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die deze uitzondering rechtvaardigen.
De berekende vertragingsschade was al voorzien in eerste aanleg en vormt geen nieuwe omstandigheid. Ook is geen sprake van misbruik van recht door de huurder. Daarom wijst het hof het verzoek af en veroordeelt Mooiland in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.