Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 506354 CV EXPL 12-5329)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
eindafrekening wordt opgemaakt volgens de gebruikelijke methode”) is voor velerlei uitleg vatbaar, nog los van het feit dat ook bij een afrekening “volgens de gebruikelijke methode” discussie kan ontstaan over de omvang van de daarbij te betrekken posten.
- ten onrechte wordt uitgegaan van de juistheid van de vermelding van het aantal verlofuren op de loonspecificaties en is dit niet bepaald aan de hand van het aantal door [geïntimeerde] gewerkte uren, waarvan blijkt uit de klokkaarten van [geïntimeerde], die een deugdelijke registratie bevatten van de door hem gewerkte uren (grieven 3, 4 en 5);
- ten onrechte zijn rustdagen buiten beschouwing gelaten, omdat [geïntimeerde] die wel degelijk heeft genoten (grief 6);
- ten onrechte is geen rekening gehouden met te verrekenen min-uren (grief 7).
- in 2007: 1.787,75 uur;
- in 2008: 1.938,90 uur;
- in 2009: 1.765,15 uur;
- in 2010: 1.607,00 uur;
- in 2011: 854,00 uur (tot en met augustus).
Voor wat betreft 2007komt het overzicht van [appellant] uit op 25 vakantiedagen, maar dat van [geïntimeerde] op 26, omdat volgens [geïntimeerde] ook op 20 december 2007 verlof is genoten. Het hof zal dat ook aannemen, omdat uit de klokkaart van die maand blijkt dat [geïntimeerde] die dag niet heeft geklokt. Voor 2007 neemt het hof dan aan dat [geïntimeerde] 26 dagen niet heeft gewerkt, omdat deze als vakantie zijn opgenomen.