Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 247,72.
€ 60,75. De Rechtbank heeft bovendien de Heffingsambtenaar veroordeeld tot het betalen van een tegemoetkoming in de proceskosten in beroep van € 974 en vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 42.
2.Feiten
van € 178.000.
€ 29,72
€ 278,75, berekend als volgt:
€ 60,75
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
- primair tot het vaststellen van de kosten van het bezwaar op één vol punt voor het indienen van het bezwaarschrift en één vol punt voor het verschijnen op de hoorzitting, en
- subsidiair tot het vaststellen van de kosten van het bezwaar op één vol punt voor het indienen van het bezwaarschrift en voor het verschijnen op de hoorzitting op een door het Hof vast te stellen bedrag in goede justitie.
4.Gronden
€ 244
- hetgeen correspondeert met de wegingsfactor 0,5 – nu de procedure in hoger beroep enkel nog de hoogte van de vergoeding voor de kosten in de bezwaarfase betreft.
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep gegrond,
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover het betreft de veroordeling van de Heffingsambtenaar in de kosten van het bezwaar tot een bedrag van € 278,75,
- verklaarthet tegen de uitspraken van de Heffingsambtenaar ingestelde beroep in zoverre gegrond,
- vernietigtde uitspraken van de Heffingsambtenaar, doch uitsluitend voor zover daarbij de vergoeding voor de kosten in de bezwaarfase is vastgesteld op een bedrag van
- veroordeeltde Heffingsambtenaar in de kosten van het bezwaar tot een bedrag van € 488 en in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende tot een bedrag van € 490, derhalve in totaal op € 978, en
- gelastdat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 122 vergoedt.
’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.