Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
De proceskostenvergoeding voor het bijwonen van de hoorzitting
Hof;nr. 14/06051, ECLI:NL:HR:2015:1539] is de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 oktober 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:4775) bevestigd. In deze uitspraak is – in navolging van de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 november 2013 (ECLI:NL:RBNHO:2013:10437) – overwogen dat voor de vraag of sprake is van een disproportionele kostenvergoeding – en dus van bijzondere omstandigheden die voor matiging aanleiding kunnen zijn – relevant is de totale forfaitaire kostenvergoeding afgezet tegen de duur van de hoorzitting, het aantal behandelde zaken en de voorbereidende werkzaamheden per zaak. De rechtbank mocht, aldus het Gerechtshof, een forfaitaire kostenvergoeding van € 11.750,= bij een drie uur durende hoorzitting waarop in totaal 164 zaken werden behandeld, die telkens (uiterst) kort zijn besproken, en voorbereidende werkzaamheden van gemiddeld twintig minuten per zaak, in redelijkheid disproportioneel achten.
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond;
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank;
- bepaaltdat van de Heffingsambtenaar ter zake van het door hem ingestelde hoger beroep een griffierecht wordt geheven van € 497; en
- veroordeeltde Heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 247,50.