Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2016 in de zaken tussen
[eisers]
hierna ook gezamenlijk te noemen: eisers
de heffingsambtenaar van de gemeente Oirschot, verweerder
Procesverloop
Nadien zijn de zaken weer gesplitst en is in de zaken beginnend met zaaknummer SHE 15/2558, en de zaken SHE 15/2528 en SHE 15/6412 separaat uitspraak gedaan.
Overwegingen
,bedrijfsobjecten waaronder agrarische objecten. In verband met de hiervoor genoemde bezwaren hebben op 6, 7, 8 en 13 juli 2015 gecombineerde, telefonische hoorzittingen plaatsgevonden. Tijdens deze hoorzittingen zijn in totaal vierentachtig bezwaren behandeld.
In alle zaken, met uitzondering van de zaken 15/2608 en 15/6085, is ook een vergoeding toegekend voor de taxatiekosten tot een bedrag van € 121. In de zaak 15/2608 bedroeg de vergoeding voor de taxatiekosten € 330,32, en in zaak 15/6085 € 278,30, bestaande uit
€ 157,30 aan taxatiekosten voor het object [object 15] en € 121 voor het object [object 16] . In de zaken 15/2608, 15/2610, 15/2628 en 15/2835 zijn mede de kosten van de ingebrachte kadastrale uittreksels vergoed.
In artikel 3, eerste lid, van het Bpb is opgenomen dat samenhangende zaken voor de toepassing van artikel 2, eerste lid en onder a, van het Bpb als één zaak worden beschouwd.
proceskosten in bezwaar (voor de hoorzitting)/artikel 2, derde lid, Bpb
.
Taxatiekosten in bezwaar
€ 125,36 (zaak 15/2662) dan wel € 129,72 (zaken 15/2558, 15/2562, 15/2564, 15/2566, 15/2616, 15/2656, 15/2661 en 15/2812) dan wel € 136,72 (zaken 15/2610, 15/2628, 15/2631 en 15/2835) dan wel € 287,02 (zaak 15/6085) dan wel € 330,32 (zaak 15/2608). De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaken te voorzien. De rechtbank hanteert daarbij het bepaalde in het Bpb en de daarbij behorende bijlage. Gelet op de Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 2 december 2015 (Stcrt. 2015, 44577) en het daarin opgenomen overgangsrecht zijn, omdat uitspraak wordt gedaan na 1 januari 2016, de per 1 januari 2016 geldende bedragen van toepassing. De rechtbank gaat voor de bezwaarfase daarom uit van een waarde per punt van € 246.
€ 129,72 =) € 483,28 in deze zaken aan elke eiser dient te vergoeden.
Proceskosten in beroep/ (samenhangende) zaken
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraken voor zover bij die uitspraken op bezwaar aan eisers een proceskostenvergoeding is toegekend van € 125,36 dan wel € 129,72 dan wel
- stelt de aan eisers te betalen proceskostenvergoeding in bezwaar in de zaken SHE 15/2656 en SHE 15/2662, in elke zaak, vast op € 367;
- stelt de aan eisers te betalen proceskostenvergoeding in bezwaar in de zaken SHE 15/2558, SHE 15/2562, SHE 15/2564, SHE 15/2566, SHE 15/2616, SHE 15/2661 en SHE 15/2812, in elke zaak, vast op € 613;
- stelt de aan eisers te betalen proceskostenvergoeding in bezwaar in de zaken SHE 15/2610, SHE 15/2628, SHE 15/2631 en SHE 15/2835, in elke zaak, vast op € 620;
- stelt de aan eiser te betalen proceskostenvergoeding in bezwaar in de zaak SHE 15/6085 vast op € 770,30;
- stelt de aan eiser te betalen proceskostenvergoeding in bezwaar in de zaak SHE 15/2608 vast op € 813,60;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de bestreden uitspraken;