Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of moeder onrechtmatig had gehandeld of onbehoorlijk als zaakwaarnemer had opgetreden bij het beheer van de financiën van haar dochter, die onder beschermingsbewind stond vanwege verstandelijke beperkingen.
Appellanten, de zus en echtgenote van de dochter, vorderden betaling van een bedrag van €95.000,- wegens vermeende onzorgvuldige financiële handelingen door moeder, waaronder het doen afsluiten van flexibel krediet en het opnemen van geld met de pinpas van de dochter zonder dat dit ten goede zou zijn gekomen aan de dochter.
Het hof oordeelde dat moeder niet als zaakwaarnemer had gehandeld bij het aangaan van het krediet, aangezien de dochter handelingsbekwaam was en zelf de kredietovereenkomst had gesloten. Ook was er sprake van toestemming voor het gebruik van de pinpas. De stellingen van appellanten over onrechtmatig handelen werden onvoldoende onderbouwd, waardoor het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigde en de proceskosten compenseerde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen of onbehoorlijke zaakwaarneming door moeder.