Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/01/273507/KG ZA 14-33)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van 16 april 2014;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van [appellant] van 15 september 2014;
- de antwoordakte van de Staat van 30 september 2014;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 2 december 2014 door [appellant] toegezonden producties, die [appellant] bij het pleidooi in het geding heeft gebracht;
- de bij e-mail van 17 december 2014 op verzoek van het hof door de Staat ingebrachte producties.
3.De beoordeling
ldi per 2 februari 1996 en de namen en gegevens van de rekeninghouders.
met het onderhavige kort geding willen beschermen. Daarvoor is echter niet noodzakelijk dat(hof: [appellant] c.s.)
op de hoogte worden gesteld van de naam van de tipgever en van de tipgeversovereenkomst. Hun belang is slechts dat zij zich in de procedure voor de belastingrechter naar behoren kunnen verdedigen tegen de desbetreffende aanslagen en boeten. Dit belang wordt voldoende beschermd doordat de – met voldoende waarborgen omklede – procedure voor de belastingrechter voorziet in de mogelijkheid die aanslagen en boeten te vernietigen, indien de Staat ten onrechte weigert de naam van de tipgever en de tipgeversovereenkomst aan(hof: [appellant] c.s.)
bekend te maken. (…)
de mogelijkheid openlaat van een civiele procedure (…) indien een (vermoedelijk) belastingplichtige niet voldoet aan verplichtingen die voor hem voortvloeien uit (onder meer) art. 47 van Pro die wet. (…)
voor zover de door het gerechtshof (…) gegeven veroordelingen betrekking hebben op materiaal waarvan het bestaan van de wil van [appellant] c.s. afhankelijk is, dit materiaal zal worden verstrekt met de restrictie dat het slechts zal worden gebruikt ten behoeve van de belastingheffing.
- onverwijld alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te verstrekken, daaronder begrepen ieder stuk dat relevant zou kunnen zijn voor de onderhavige casus,
- binnen 14 dagen na die verzochte inzage en/of te houden telefonische hoorzitting, uitspraak op bezwaar te doen in alle lopende bezwaarprocedures,
- er voor zorg te dragen dat [appellant] onverwijld de garantie krijgt dat alle eventueel door hem te verstrekken informatie, niet voor enig punitief doeleinde zal worden gebruikt.
art. 47AWR verwoorde opgaveverplichting op straffe van verbeurte van een dwangsom is uitgesloten. Veeleer bestaan duidelijke aanwijzingen voor het tegendeel, waar uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.6, 6.7, 6.9 en 6.10 vermelde parlementaire geschiedenis met betrekking tot het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2005 valt af te leiden dat de wetgever vooralsnog niet de noodzaak zag van invoering van een fiscale bestuurlijke dwangsom omdat gebruik kan worden gemaakt van de civielrechtelijke weg.
“ (..)de algemene verplichting van belastingplichtigen tot het verstrekken van informatie alleen geldt als aan de betrokkene tevoren de garantie wordt gegeven dat die informatie niet zal worden gebruikt als bewijsmiddel in een strafvervolging tegen hem. Met het opleggen van die verplichting wordt immers geen afbreuk gedaan aan de rechten die de belastingplichtige tegen wie een strafvervolging is of (mogelijk) zal worden ingesteld, aan het EVRM kan ontlenen, met name niet aan het recht om zichzelf niet te behoeven incrimineren. Met het voldoen aan die verplichting wordt geen afstand gedaan van een beroep op dat recht tegenover de rechter die bevoegd is ter zake van de "criminal charge", indien informatie, verstrekt ter voldoening aan die verplichting, aan die rechter zou worden gepresenteerd”.