Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/221318/HA ZA 10-1242)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Beroepsarbeidsongeschiktheid
“verklaarbare lichte bewegingsbeperking bij extensie en retroflexie en een verklaarbare krachtsvermindering in de biceps”. Bij het antwoord op vraag 2 is vermeld dat sprake is van
“lichte tot matige beperkingen bij activiteiten die kracht vereisen van de linker arm of van beide armen bij geflecteerde elleboog en bij supinatiebewegingen”, terwijl er beperkingen zijn
“bij werkzaamheden die met de linker arm hoog boven hoofdniveau moeten worden uitgevoerd.”
Het schoonhouden van de bakken met levende waar
linkerhand/-arm kan worden schoongemaakt. Naar het hof uit de reactie van (de advocaat van) Interpolis op het conceptrapport afleidt, stelde De Bonth daarin namelijk dat het onmogelijk is de rechter wanden c.q. het rechter deel van de bakken met de rechterhand schoon te maken. Interpolis merkt vervolgens in haar reactie op het conceptrapport op dat de stelling dat de rechterzijde van de bakken met de linkerarm moet worden gereinigd bespreking behoeft omdat het met de linkerarm reinigen tot een minder natuurlijke stand van de linkerarm en overstrekking van de linkerpols leidt. De reactie daarop van De Bonth luidt als volgt (p. 21):
Het is niet mogelijk om alle zijden met een zelfde arm uit te voeren, aangezien men dan de schouder en bovenlijf forceert, en de uiterste hoeken niet eens kan bereiken. Het uitvoeren van de werkzaamheden aan alle zijden met alleen de dominante arm is onwenselijk en zelfs onmogelijk.”
“Klimmen: Licht beperkt, kan tenminste huishoudtrap op en af.”De uitleg van De Bonth, dat gelet op het feit dat [geïntimeerde] de huishoudtrap gebruikt om werkzaamheden te verrichten en dat daarbij het gebruik van twee handen vereist is om dit zonder risico en/of tempoverlies te kunnen doen, is volgens [geïntimeerde] logisch en plausibel. Achmea/Interpolis lijkt te miskennen dat bij de beschrijving van de afzonderlijke taken in de rapportage van De Bonth steeds sprake is van een combinatie van handelingen/belastende factoren. Daarnaast merkt [geïntimeerde] op dat van het vijftal bevindingen van de deskundige dat Interpolis in randnummer 43 van de MvG noemt in het rapport van [arbeidsdeskundige in dienst van Interpolis] van 12 juni 2009 voor een aantal activiteiten min of meer gelijke percentages worden genoemd.
4.De uitspraak
bij brief aan de griffier van dit hofmet afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij)tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;