Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 17 februari 2015;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 7 april 2015;
- de memorie na comparitie van Achmea ;
- de antwoordmemorie na comparitie van [geïntimeerde] .
6.De verdere beoordeling
Er zit verschil in de bakken op de filmpjes van Achmea en de filmpjes die opgenomen zijn bij [geïntimeerde] in de winkel. Op de filmpjes van Achmea zijn kleine bakken te zien en de vulopeningen van die bakken zijn veel groter dan die op de filmpjes bij [geïntimeerde] in de winkel. Op de filmpjes van Achmea is het gemakkelijker als je er op de goede hoogte voor staat; je kunt dan gemakkelijker bewegen met je schouder. Bij de kleinere vulopeningen bij [geïntimeerde] in de winkel wordt het dan meer een gekunstelde beweging. [geïntimeerde] kijkt op het filmpje heel vaak of het wel schoon is en dat zie je niet bij de filmpjes van Achmea omdat je daarop alleen een hand ziet. De positie op de filmpjes van Achmea lijkt mij beter dan de positie die in de winkel van [geïntimeerde] moet worden aangenomen. In eerste instantie was ik verrast dat ik [geïntimeerde] op de filmpjes zag werken met zijn linkerarm. Bij nader inzien is dat toch niet zo gek, want het is niet zo dat hij er niks meer mee kan, maar de arm is wel aangedaan.(…)
meer gekunstelde beweging’(sub 3 a en b) of dat uit filmpje [nummer filmpje] (hof: het filmpje waarop te zien is hoe [geïntimeerde] aquaria reinigt) blijkt dat [geïntimeerde] niet in zijn bewegingen wordt beperkt alsook dat de activiteit van het reinigen binnen de belastbaarheid blijft (sub 3 c, d en e).