Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
21 januari 2015, gewezen tussen [appellant] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 2882700 CV EXPL 14-3193)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende een wijziging van eis;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
€ 2.181,58 bruto per maand.
- op een briefje:
“Ik heb een Volvo XL60 nagekeken waarvan de turboslang defect was. Ik heb deze bij [werknemer van autobedrijf] besteld en ook gekregen heb deze bij hem betaalt. Ik heb de auto gemaakt.”- op een ander briefje:
“Bij deze wil ik mijn dienst verband beëindigen bij Volvo [geïntimeerde] te [vestigingsplaats] getekend [appellant] .”[appellant] heeft beide briefjes ondertekend.
“Voor zover noodzakelijk, mocht er twijfel ontstaan over uw wil om op te zeggen, dan bent u heden, 2 oktober 2013, op staande voet ontslagen wegens – verkort weergegeven – diefstal. Inmiddels hebben wij aangifte bij Politie gedaan wegens diefstal (in dienstbetrekking)”.
“Hierbij deel ik u mede dat ik niet akkoord ga met het op woensdag 02 oktober 2013 door u aangezegde ontslag. Van een dringende reden voor ontslag op staande voet is geen sprake, en u beschikt niet over toestemming voor opzegging van het UWV. Het ontslag is dan ook niet rechtsgeldig.Zoals ik reeds vanmorgen duidelijk aangaf in het gesprek, waarbij tevens de heer [jurist] aanwezig was, verklaar ik mij bereid en ben ik beschikbaar om mijn werkzaamheden op eerste afroep te hervatten.Voorts deel ik u mede dat ik aanspraak maak op het mij toekomende loon totdat de bestaande arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd.”
2 oktober 2013, wordt herhaald dat de wil van [appellant] ontbrak toen hij de arbeidsovereenkomst opzegde.
29 januari 2014 tot de dag van algehele voldoening, alsmede veroordeling van [appellant] in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
2 oktober 2013 op te zeggen.
29 januari 2014 tot de dag van algehele voldoening, en [appellant] in de proceskosten in conventie en in reconventie veroordeeld, alsook in de nakosten.
i. te verklaren voor recht dat de schriftelijke ‘opzegging’ van [appellant] , gedaan op
1 oktober 2013, terecht buitengerechtelijk vernietigd is, althans die schriftelijke ‘opzegging’ te vernietigen;
4.De uitspraak
Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;
5 januari 2016voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;